Slachtoffer van phishing of smishing: moet de bank het gestolen bedrag terugbetalen?

Cybercriminelen worden steeds inventiever. Via phishing, smishing en andere misleidende technieken proberen zij persoonlijke gegevens en bankcodes te bemachtigen. Daarmee kunnen ze geld van uw rekening overschrijven.

Maar wat kunt u doen wanneer u slachtoffer wordt? En kan de bank verplicht worden om het gestolen bedrag terug te betalen?

Wat is phishing?

Phishing is een vorm van diefstal waarbij criminelen zich voordoen als een betrouwbare organisatie, zoals een bank, overheidsdienst, energieleverancier of pakjesdienst.

Via een e-mail proberen ze u bijvoorbeeld naar een valse website te lokken. Daar vragen ze om persoonlijke gegevens, bankcodes of andere vertrouwelijke informatie in te vullen.

Vergelijkbare technieken zijn:

  • Smishing: phishing via sms of een berichtendienst;

  • Vishing: fraude via een telefoongesprek;

  • Spoofing: het vervalsen van een telefoonnummer, e-mailadres of website, zodat het bericht betrouwbaar lijkt.

Cybercriminelen zetten hun slachtoffers vaak onder druk. Ze beweren bijvoorbeeld dat een rekening dringend moet worden beveiligd, dat een betaling moet worden bevestigd of dat er nog verzendkosten openstaan.

Slachtoffer geworden? Kom onmiddellijk in actie

Slachtoffers van phishing schamen zich soms omdat ze op het frauduleuze bericht zijn ingegaan. Die schaamte is begrijpelijk, maar niet nodig. De fraudeurs maken gebruik van professionele en bijzonder overtuigende technieken.

Het is vooral belangrijk om zo snel mogelijk te handelen:

  • Neem onmiddellijk contact op met Card Stop;

  • Verwittig uw bank en vraag om de transacties tegen te houden;

  • Laat uw bankkaarten en toegang tot internetbankieren blokkeren;

Wat als de daders onbekend of onvermogend zijn?

In veel phishingzaken blijven de daders onbekend. Zelfs wanneer zij worden geïdentificeerd, bestaat het risico dat ze niet over voldoende middelen beschikken om het gestolen bedrag terug te betalen.

De vraag rijst dan of de bank aansprakelijk kan worden gesteld.

Moet de bank het bedrag onmiddellijk terugbetalen?

Artikel VII.43 van het Wetboek van Economisch Recht bepaalt dat de betalingsdienstaanbieder – doorgaans de bank – een niet-toegestane betalingstransactie in principe onmiddellijk moet terugbetalen.

De bank moet de rekening herstellen in de toestand waarin die zich zou hebben bevonden als de betwiste transactie niet had plaatsgevonden.

Op deze onmiddellijke terugbetalingsverplichting bestaat een uitzondering wanneer de bank redelijke gronden heeft om fraude door de klant zelf te vermoeden. De bank moet dit vermoeden dan ook schriftelijk en binnen de wettelijke termijn melden aan de FOD Economie.

De terugbetaling gebeurt in afwachting van de definitieve beoordeling van de aansprakelijkheid op grond van artikel VII.44 van het Wetboek van Economisch Recht.

Wat met een grove nalatigheid van de klant?

Banken voeren regelmatig aan dat het slachtoffer zelf “grof nalatig” heeft gehandeld. Bijvoorbeeld omdat de klant bankcodes heeft doorgegeven, op een frauduleuze link heeft geklikt of een betaling via een bankapp heeft bevestigd.

Een gewone vergissing of onvoorzichtigheid is echter niet automatisch een grove nalatigheid. Dit begrip moet zeer restrictief worden geïnterpreteerd. Iedere zaak moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden, waaronder de gebruikte fraudetechniek en de manier waarop het slachtoffer werd misleid.

Europese rechtspraak versterkt de positie van slachtoffers

In de Europese zaak C-70/25 werd een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

De advocaat-generaal stelde in zijn advies van 5 maart 2026 dat de verplichting tot onmiddellijke terugbetaling ook geldt wanneer de bank vermoedt dat de klant grof nalatig heeft gehandeld. Een dergelijk vermoeden zou volgens dit advies dus niet volstaan om de voorlopige terugbetaling te weigeren.

Het is vervolgens aan de bank om, indien nodig, een rechtsvordering in te stellen om het terugbetaalde bedrag opnieuw van de klant te vorderen.

Een advies van een advocaat-generaal is richtinggevend, maar vormt nog geen definitieve uitspraak van het Hof van Justitie.

De bank draagt de bewijslast

Ook het Hof van Cassatie sprak zich recent uit over de bewijslast. In zijn arrest van 29 juni 2026 oordeelde het Hof dat de bank moet bewijzen dat de klant grof nalatig heeft gehandeld.

Bovendien moet het begrip “grove nalatigheid” zeer restrictief worden uitgelegd. Het volstaat dus niet dat de bank eenvoudigweg stelt dat de klant beter had moeten opletten. Zij moet concreet aantonen welke gedragingen een grove nalatigheid vormen.

Een weigering van de bank is niet noodzakelijk definitief

Heeft uw bank geweigerd om het gestolen bedrag terug te betalen omdat u volgens haar zelf nalatig zou zijn geweest? Dan betekent dit niet noodzakelijk dat die weigering juridisch correct is.

De precieze omstandigheden van de fraude, de uitgevoerde betalingen, de communicatie met de bank en de genomen veiligheidsmaatregelen spelen allemaal een rol. Laat uw dossier daarom juridisch beoordelen voordat u zich bij het standpunt van de bank neerlegt.

Bent u slachtoffer geworden van phishing, smishing of een andere vorm van bankfraude? Wij bekijken graag samen met u welke stappen nog mogelijk zijn.



Volgende
Volgende

Wat kost een scheiding?